Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat niet de geheugenproblemen op zich, maar de gedragsveranderingen die daarmee gepaard gaan de zwaarste belasting zijn, voor zowel de persoon zelf als de mantelzorger en de zorgprofessionals. Bij gedragsveranderingen moet u denken aan agitatie of agressie, maar ook neerslachtige stemming (depressie). Om het nog concreter te maken: mensen met dementie kunnen gaan ijsberen, dwalen, steeds dezelfde vragen stellen, sexueel ontremd raken maar ook verbaal en fysiek agressief worden. Dit soort gedrag komt met name in de midden-fase van de ziekte voor. Het is een hoofdreden dat mantelzorgers zich genoodzaakt voelen om hun familielid op te laten nemen in de langdurige zorg. Omdat probleemgedrag een negatieve uitstraling heeft, spreken we tegenwoordig van ‘onbegrepen gedrag’.

Zulke symptomen kunnen soms succesvol worden behandeld met medicatie, met name als er sprake is van een aantoonbare depressie of psychose. Maar vaak werken medicijnen niet en veroorzaken ze ernstige bijwerkingen, zoals verdere verslechtering van het geheugen of vallen.

Er zijn ook theorieen die dit soort gedrag proberen te verklaren:

Learning theory (Teri e.a., 1997): deze theorie bouwt voort op klassiek en operant conditioneren. Dat betekent zo veel als dat een bepaalde reactie gedrag kan versterken. Stelt u zich voor dat iemand hulp (b.v. bij pijn) nodig heeft: vriendelijk vragen leidt tot niets, maar het op een schreeuwen zetten leidt to aandacht. Als die reactie meerdere malen op het schreeuwen volgt, heeft de persoon geleerd dat schreeuwen de manier is om aandacht en hulp te krijgen.

Stress threshold model (Hall & Buckwalter, 1987): dit model beschrijft dat mensen met een beperkte hoeveelheid stressoren (signalen) kunnen omgaan; hoeveel is verschillend per persoon en ook per situatie. Als die grens wordt overschreden ontstaat onbegrepen gedrag. U kunt zich voorstellen dat deze theorie met name kan opgaan als iemand wordt opgenomen in de langdurige zorg: een nieuwe omgeving met veel onbekende mensen en minder privacy.

Unmet needs paradigm (Cohen-Mansfield, 2001): volgens deze theorie ontstaat probleemgedrag als basisbehoeften van mensen niet tegemoet gekomen kunnen worden, b.v. omdat iemand ze niet kan uitspreken of omdat ze niet begrepen worden. Voorbeelden van zulke basisbehoeften zijn: pijn voelen, hallucinaties hebben (dingen zien of horen die er niet zijn), maar ook een gebrek aan activiteit, stimulatie, een rol of gezelschap ervaren.

U ziet dat de Montessori methodologie met name aansluit bij de laatste theorie. Door het doen van activiteiten of dagelijkse taken met de persoon met dementie, voldoen we aan die behoefte voor gezelschap en stimulatie. Waardering, aandacht, participatie. Misschien vergeet iemand dan wel probleemgedrag te vertonen: als je ergens in opgaat, kun je namelijk niet tegelijkertijd ook geagiteerd zijn.