Het meeste praktijkwerk dat ik heb gedaan, maakte deel uit van mijn onderzoeken. Vragenlijsten afnemen bij deelnemers, bij personeel, bij familieleden; observaties doen wat betreft gedrag, emotie en participatie bij onze activiteiten; mantelzorgers en vrijwilligers leren hoe de activiteiten met hun familielid te ondernemen, en; zelf activiteiten met mensen met dementie doen. Ook heb ik een dozijn presentaties wat betreft de methodiek gegeven aan mensen werkzaam in de ouderenzorg.

Al deze contacten hebben mijn onderzoek en mij als persoon verrijkt. Tijdens mijn promotietraject zat ik toch meestal voor een computer met een databank aan gegevens. In mijn rol in Australië was ik wekelijks, zo niet dagelijks op de ‘vloer’. Het ging niet altijd soepel: ik ben wel eens geslagen en ook wel eens sexueel onheus bejegend. Maar ook dat was waardevol: alleen als je zulke dingen meemaakt, kun je je enigszins indenken wat het hebben van dementie of het leven met iemand met dementie in kan houden. Alle knuffels, brede glimlachen, opgaan in activiteiten of nabijheid zoeken, lieten zien hoe veel er nog mogelijk is. Alles zit nog in een mens met dementie, het is alleen soms wat moeilijker om het te uiten.