De Montessori methodiek, zoals aangepast door dr Camp, voor mensen met dementie bestaat uit een lijst principes: leidraden hoe je omgaat met iemand die dementie heeft. Die principes heb ik samengevat in het WAD-model, wat staat voor Participatie, Aandacht en Waardering.

Participatie – meedoen, een rol hebben. Voor iedereen – met welke leeftijd, geslacht of achtergrond dan ook – is dit een eerste levensbehoefte. We willen een betekenisvol leven leiden. Niet aan de zijkant staan, toekijken. Bij kwetsbare mensen, zoals mensen met dementie, hebben we de neiging taken te gaan overnemen. Het gaat ons niet snel genoeg, niet goed genoeg. Daarmee nemen we het beetje stimulatie dat iemand misschien nog opzocht van hen af. Door te ‘helpen’, helpen we eigenlijk niet. De Montessori methodiek stimuleert ons om de persoon met dementie weer te stimuleren. Wat kan de persoon met dementie nog wel? Wat vinden ze nog leuk om te doen? Kunnen we hun weer (stapsgewijs) taken aanleren? Of kunnen ze een kleine schakel vormen in een groter geheel?

Aandacht – in onze snelle maatschappij racen we regelmatig van de ene werkafspraak naar de andere sociale bijeenkomst. Ons hoofd staat nog stil bij de vergadering van gister of juist bij dat gesprek van morgen. Mindfulness is een trend geworden: een pleidooi voor in het nu leven of simpelweg voor aandacht. Bij ouderen met dementie is aandacht ook een sleutelwoord. Zodra je aandacht verslapt in het contact met hen, bestaat de kans dat ze weglopen. Mensen voelen haarfijn aan of je doet wat je wilt doen, of liever ergens anders zou zijn – of dat nu een fysieke plek of in gedachten is. Binnen de Montessori methodiek is het belangrijk om alles met aandacht te doen: vragen stellen, luisteren, observeren, proberen. Vraag wat iemand wil doen (zie de principes voor het hoe)? Observeer hoe het hun afgaat: kan het moeilijker, moet het makkelijker?

Waardering – waardering voor naasten en anderen spreekt voor zich. Toch is het soms moeilijk waardering op te brengen als iemand erg ‘vervelend’ gedrag vertoont (zoals ruzie zoeken of steeds dezelfde vraag herhalen) of nog maar een schaduw is van zijn of haar vroegere zelf. De Montessori methodiek vraagt van ons dat we die waardeoordelen en vergelijkingen achterwege laten. Misschien is dat gedrag wel verklaarbaar? Misschien kunnen we beter focussen op wat iemand nog wel kan? De methode daagt ons uit ons idee van ‘goed’ en ‘fout’ te herzien. Stel dat uw naaste als activiteit auto’s op kleur selecteert. De blauwe auto’s belanden afwisselend op de stapel voor blauwe auto’s én op de stapel voor rode auto’s. Dat is fout! Maar kijk naar hun concentratie, hun participatie in de activiteit, de ontspanning in hun gezicht, het plezier. Dat is goed!