De studie met mensen met dementie werd uitgevoerd in verpleeghuizen. We zochten daar naar mensen met dementie en bijbehorend onbegrepen gedrag. We vonden met name mensen die veel rondliepen en dwaalden en daarbij weleens in andermans kamer terecht kwamen of een aanvaring hadden met bewoners die ze op hun pad troffen. Met deze mensen deden we vier keer een half uur Montessori activiteiten. Omdat wij onderzoekers opeens bij deze mensen op visite kwamen, wilden we graag controleren wat het effect van onze aanwezigheid op zichzelf (in een toch vaak contactarme omgeving) zou zijn. We vergeleken het effect van de Montessori interventie dan ook met de gewone situatie, maar ook met sessies waar onderzoekers de deelnemers gezelschap hielden en een praatje maakten, zonder daar Montessori principes of activiteiten bij te gebruiken. Alle mensen kregen Montessori activiteiten alsook ‘gewone’ bezoekjes door onderzoekers voorgeschoteld, zodat we de verschillen per persoon konden bestuderen.

Een tweede onderzoeker observeerde de deelnemers rond alle bezoeken/ activiteiten 90 min.: 30 min. voor aanvang van de activiteiten; 30 min. tijdens de activiteiten, en; 30 min. na afloop van de activiteiten. Ze noteerden daarbij hoe geagiteerd iemand was (dus bijvoorbeeld hoe vaak iemand weg liep) en hoe betrokken deelnemers bij de activiteit of omgeving waren.

Ik ga eerst in op de effecten op geagiteerd gedrag. Voor iedere periode kon een deelnemer een score van 0 tot 30 toegewezen krijgen. 0 betekende dat de persoon helemaal geen gedrag vertoonde en 30 betekende dat de persoon de hele periode het gedrag (zoals ijsberen) vertoonde.

Agitatie groepIn deze grafiek ziet u het gedrag op groepsniveau. De blauwe balken zijn de scores voor (Before), tijdens (During) en na (After), de Montessori interventie. De gele balken voor, tijdens en na de ‘gewone’ bezoekjes. U ziet dat vooraf, deelnemers een agitatie-score van rond de 17 hadden. Tijdens de Montessori interventie nam dit af tot slechts 8. Maar tijdens de gewone bezoekjes was er ook afsprake van een behoorlijke afname, tot 10. U ziet dat de interventies helaas geen na-effect hadden: als de Montessori begeleider verdween, vertoonde de persoon weer net zo veel gedrag als voor de activiteiten.

Agitatie over sessiesDe tweede figuur is hetzelfde opgebouwd als de eerste. Hier ziet u echter alleen de scores tijdens de Montessori sessies (blauw) en bezoekjes (geel), over de tijd. 1st staat dus voor ons eerste bezoek aan iemand en 4th voor ons laatste bezoek. Zoals u ziet blijft de reductie naar rond een agitatie-score van 10 gelijk tijdens de gewone bezoekjes. Bij de Montessori activiteiten ziet u echter een neergaande trend over de tijd. Tijdens het eerst bezoek ligt de agitatie-score tegen 10 aan, tijdens het laatste bezoek ligt het dichterbij 7. Een belangrijke bevinding, met name als die trend zich over de tijd zou blijven voort zetten.

Agitatie EngelsWe vonden ook een opmerkelijk verschil tussen mensen die nog Engels spraken en mensen die dat vermogen verloren hadden. Immigranten verliezen soms hun tweede (later aangeleerde) taal (in het geval van de studie was dat Engels) en kunnen enkel nog communiceren in hun eerste taal. Een groot probleem wanneer ze omgeven zijn door autochtonen. Omdat de Montessori activiteiten ook zonder verbale communicatie kunnen worden aangeboden, wilden we deze groep apart beschouwen. In bovenstaande grafiek ziet u wederom de agitatie-score tijdens de Montessori interventie en de gewone bezoekjes. U ziet dan dat mensen die nog Engels spraken eigenlijk hetzelfde reageren op de Montessori activiteiten en de bezoekjes; een agitatie-score van rond de 9 tot 10. Bij de niet-Engels sprekenden was er een verschil van ongeveer 3 punten in het voordeel van de Montessori activiteiten. De methode lijkt dus met name ook te werken voor mensen die een taalprobleem ervaren.

Engagement groepWe bestudeerden ook iemands participatie bij de activiteiten. We bestudeerden drie typen participatie: actieve participatie (constructive engagement: donkergroen in de grafiek), passieve participatie (passive engagement: lichtgroen) en negatieve participatie (niet in figuur). Actieve participatie uit zich als actief met materialen omgaan of praat. Passieve participatie is afwachtender, waarbij de deelnemer toekijkt of luistert. Bij negatieve participatie is de persoon niet betrokken bij de activiteit of onderzoeker: ze kunnen gepreoccupeerd met zichzelf zijn, voor zich uitstaren of met andere zaken bezig zijn. Voor iedere minuut stelden we vast welke vorm van participatie de deelnemer in die minuut het meest liet zien. Zo kreeg ieder persoon een score van 0-30 per soort participatie. De scores van de verschillende vormen telde precies op tot 30. Vooraf (Before), de bovenste balk, ziet u dat de persoon weinig passief en actief betrokken was bij zijn omgeving. U ziet een enorme toename in groen tijdens de gewone bezoekjes (During Control), maar die vooruitgang zit hem voornamelijk in het lichtgroene: passieve participatie. Een positieve uitkomst, maar hier wordt het effect van de Montessori interventie duidelijker. Tijdens Montessori (During Control) ziet u namelijk een grote toename in donkergroen: actieve participatie. Mensen name dus echt actief deel aan de activiteiten. Wederom vonden we geen na-effect van de inspanningen.

Omdat het een persoonlijke benadering is, valt te verwachten dat ook de resultaten per persoon kunnen verschillen. Ik presenteer daarom de resultaten voor twee mensen: mr Zuidhuis en mevrouw Turss.