Het duurde even voor ik de Montessori Reader begreep. Vandaag realiseerde ik me dat het boek uit drie van Maria Montessori’s originele werken bestaat. Tot op heden, heb ik gelezen in (en geciteerd uit) De Montessori Methodiek, waar ze het concept van de Kinderhuizen (Casa Di Bambini) introduceert. Deze huizen werden in de vorige eeuw in een arm deel van Rome geintroduceerd. Daarvoor, werkte Montessori met wat ze subtiel als ‘idiote kinderen’ beschrijft. Met behulp van haar manier van observeren en doceren kreeg ze voor elkaar dat deze kinderen slaagden voor ‘normale’ examens. Op basis van dat resultaat vroeg ze zich af hoe het eigenlijk met het niveau van ‘niet-idiote’ kinderen zat.

In Rome woonden veel arme gezinnen in kleine apartementen in grote gebouwen. Het idee achter de Kinderhuizen was te zorgen dat beide ouders konden werken. Een lerares zou wonen en werken in ieder casa. De kinderen tussen 3 en 6 jaar oud konden bij haar naar school gedurende werkdagen, van vroeg in de ochtend tot de avond. Op ‘school’ konden de kinderen een bad nemen (1x per week), slapen, eten, bewegen en natuurlijk de gewone en wat bijzondere (zoals persoonlijke hygiene) vakken leren.

Uit haar werk (of de vertaling daarvan), komt Maria Montessori over als zeer gepassioneerd, maar ook bazig. Ze had specifieke voorkeuren, bijvoorbeeld, over wat kinderen wel en niet mochten uit (zonder wetenschappelijke referenties te noemen). Sommige dingen zouden nu sterk ontmoedigd worden, zoals het gebruik van veel zout. En andere dingen staan als een huis, zoals veel water drinken. Ze beschrijft ook een specifiek beweeg-regime, inclusief adem- en spraakoefeningen. Een van de aanbevelingen is om de tong van een kind naar het gehemelte te trekken als het een woord niet kon uitspreken. Minder geslaagd bij onze mensen met dementie, en onze kinderen natuurlijk!